Deep Drill
Acht armen. Eén mijnhoed. Een mijn van 1300 meter. Verover de sonde in het Mantelbassin en breng haar veilig terug.
Spelregels, portalen en gesteenten
Het doel: de mantelsonde veilig terugbrengen
De mijn reikt tot 1300 meter. Verdien de Mantellaser in acht portaalproeven, haal de sonde uit het grote Mantelbassin en breng haar zelf naar het veldstation bij de start. Daar eindigt de expeditie met een thuiskomstanimatie.
Je begint boven een gesloten ondergrond. Alle gewone grotkamers liggen afzonderlijk in het gesteente; je ontdekt ze pas door er zelf naartoe te delven. De richtingaanwijzer wijst naar het volgende portaal, ook als er nog steen tussen zit. Bepaal zelf waar je doorgangen maakt. Laat langs je route steenranden staan en houd de sprongen op de terugweg binnen twee blokken. Vanuit een diepe schacht kun je in de zijwand omhoog delven en steeds op de achtergebleven steen springen.
Het Mantelbassin · 1200–1300 meter
Delf naar een van de gemarkeerde afdalingen. Je landt op een breed basaltterras. Vanaf daar leidt een slingerende reeks plateaus naar de sonde. De bodem op 1300 meter bevat altijd lava, ook tussen drukgolven. Basaltkernen slingeren boven de route; magmafonteinen kondigen hun uitbarsting aan met een stippellijn en oplopende ring. Wacht op een opening en plan ook je terugweg. Blauwe rustplateaus beschermen je tijdens een lavagolf.
De geribbelde mantelsteen in dit bassin is niet delfbaar. De ladder is de enige uitgang. Hij staat per expeditie op een andere plek, verderop in het parcours, en blijft daar bij het opslaan. Loop ertegenaan en houd ↑, W, Spatie of op telefoon de middelste springknop vast. Laat los om aan de ladder te blijven hangen. Met S of ↓ klim je omlaag; met links of rechts stap je eraf. Bovenaan eindigt de ladder in een kleine, afgesloten rotsnis. Delf vanaf daar opzij en omhoog tot je weer bij je eigen route komt. De ladder staat per mijn op een andere plek dan de afdalingen.
Richt je mijnhoed
Op computer loop je met A / D of ← / →. Spring met Spatie, W of ↑. Houd de linkermuisknop op een blootgelegd blok ingedrukt: de lens op je hoed stuurt er een straal naartoe. Op telefoon gebruik je de brede linker- en rechterknop en de ronde springknop ertussen. Houd met een andere vinger het doelblok vast.
Een lichtgroene rand markeert een bereikbaar doel. Een goudkleurige rand betekent dat de steen meer tijd vraagt. De resterende delftijd staat bovenin; de balk en scheurtjes op het blok laten je voortgang zien. Laat los om te stoppen of richt op een ander blok. Je werk blijft bewaard, ook bij pauzeren of opnieuw openen. De straal blijft op je gekozen blok gericht als de camera beweegt; versleep je vinger of muis om een ander blok te kiezen. Een rode rand betekent dat je doel buiten bereik ligt of de vaste wereldrand is.
Harder gesteente kost tijd
Je kunt met de beginhoed alle achttien gesteenten delven. Diepere lagen en harde aders duren langer; een betere laser maakt hetzelfde blok sneller vrij. De buitenrand en de geribbelde, massieve mantelsteen van het eindparcours zijn onverwoestbaar. Een upgrade vergroot nooit het bereik: maximaal vijf blokken vanaf het midden van de octopus, ook diagonaal. Je springt maximaal twee blokken hoog.
Een snellere laser verdienen
Elke proef heeft drie ingangen verspreid over dezelfde laag. Stap in een verlicht portaal; gedimde portalen worden later actief. Na het behalen verdwijnen alle ingangen van die proef. Je krijgt de upgrade dus één keer. Binnen is de mijnstraal uitgeschakeld: je loopt en springt door een eigen parcours. Activeer alle lichtschakelaars door ze aan te raken en bereik de uitgang. Je krijgt een nieuwe lens of laser voor je hoed en keert terug naar dezelfde plek in de mijn. De laserupgrade is de enige beloning.
De acht proeven voeren je langs wortelbruggen, fossielen, kristallen, geisers, breukplatforms, ijs en magnetische installaties naar de Mantelproef. Gebarsten platformen tonen een balkje voordat ze breken. Een stippellijn waarschuwt voor gevaar; wacht bij een actieve straal op een veilige doorgang.
Afzonderlijke grotten ontdekken
Zestien geologische gebieden bevatten kleine, losliggende grotkamers. Dikke gesteentewanden sluiten elke kamer af van haar buren en het oppervlak. De kamers hebben natuurlijke vloeren, onregelmatige gewelven en een eigen sfeer: wortels en paddenstoelen, fossiele schelpen en ribben, karstpoelen en druipsteen, kristalnesten, geodes en diepe vulkanische holtes. Hun indeling varieert per expeditie.
Je vindt laserportalen in drie afzonderlijke kamers per proef. Sommige grotten bevatten koelkristallen: hun blauwe veld beschermt je bij stijgende lava. Je staat daarbij op de gewone rotsbodem. Vallend gesteente, stoombronnen en kristalontladingen worden eerst aangekondigd. Wacht, spring of delf de oplichtende bron weg. Alleen de grote eindgrot tussen 1200 en 1300 meter bevat het vaste lavaparcours met plateaus en een ladder.
Onbeperkte pogingen
Lava, een val uit een portaalparcours of een gevaarlijke straal stuurt je terug naar het veldstation. Je levens raken nooit op. Je houdt je mijnhoed, voltooide portaalproeven, gegraven tunnels en gedeeltelijk gedolven blokken. Een mislukte proef begint bij je volgende bezoek opnieuw.
Ga je dood tijdens de terugtocht, dan moet je de mantelsonde opnieuw beneden ophalen. Terugkomen via een herstart telt niet als thuiskomst. Bovenin zie je met welke poging je bezig bent.
Je expeditie wordt lokaal bewaard, ook midden in een portaalproef of tijdens de terugtocht. Via het spelmenu begin je een volledig nieuwe expeditie met de startlaser en een verse mijn. Bij de overstap naar de afzonderlijke grotten blijven je lasers, behaalde proeven en pogingenteller bewaard. De oude verbonden mijn wordt vervangen: je begint de nieuwe indeling bij het veldstation. Een lopende portaalproef kun je afmaken. Vanaf dan worden je tunnels en terugtocht weer gewoon opgeslagen.
Eén lavapeil voor de hele mijn
Zodra je open ruimte dieper dan 75 meter hebt blootgelegd, kunnen drukgolven ontstaan. Iedere golf begint bij de absolute bodem van de diepste ontdekte ruimte in de hele mijn, ook als je daar zelf nog niet hebt gestaan. Alleen de hoogte bepaalt waar lava staat: links, rechts en in andere blootgelegde kamers stijgt het peil tegelijk. Dichte gesteenten blijven staan; ongeziene ruimtes blijven verborgen.
Na de waarschuwing stijgt de lava. Gebruik je terugweg naar een hoger punt of het blauwe veld van een koelkristal. Het koelveld beschermt jou, maar stopt de lavagolf niet. Je ziet dezelfde lava links, rechts én achter het doorzichtige blauwe veld. Tijdens een drukgolf tonen we het peil en de richting naar een nabije schuilplek. Wacht tot de lava zakt voordat je weer naar buiten loopt.
Hoe dieper de blootgelegde mijn, hoe sneller drukgolven volgen en hoe korter de waarschuwing wordt. De vaste lavabodem in het Mantelbassin blijft aanwezig wanneer een drukgolf voorbij is. Het koelveld beschermt alleen tegen lava, niet tegen vallend gesteente of andere gevaren. Tijdens een portaalproef staat de mijn stil. Na een dood krijg je aan het oppervlak opnieuw tijd voordat een golf begint.
De dieptes, lasertechniek en aardlagen gebruiken een vereenvoudigde spelschaal.